Vrijwilligersdiensten in Austerlitz
Jan Smelik is medeoprichter van het lokale welzijnsinitiatief Austerlitz Zorgt. In een vraaggesprek met Marlies vertelt hij over het initiatief in het dorp waar hij woont: “Door schaalvergroting verdwijnen veel voorzieningen, zoals scholen, maar ook ouderenzorg. In Austerlitz was geen voorziening voor ouderen die veel zorg nodig hebben. Zij moesten naar een verpleeghuis in een andere plaats. Dat is ingrijpend als je al 80 jaar in het dorp woont. In 2010 maakten we een plan voor ouderenwoningen in een multifunctioneel gebouw. Hiervoor richtten we als inwoners de coöperatie Austerlitz Zorgt op. Nu gaat nog eens in de 2 jaar iemand naar een verpleeghuis. Mensen blijven langer in het dorp wonen.” Er zijn nu vele vrijwilligersdiensten, zoals Austerlitz Rijdt, Austerlitz Tuiniert en Austerlitz Past op.”
Voorzorgcirkels
Omzien naar elkaar kan ook een stuk laagdrempeliger, bijvoorbeeld in de vorm van voorzorgcirkels. “Dit zijn groepjes van zo’n 15 mensen – vaak ouderen – die afspreken dat ze elkaar helpen. Als jou iets gebeurt, weet je zeker dat er iemand naar je omkijkt. De drempel om hulp te vragen valt daarmee ook weg. Het kan een app-groep zijn. Soms komen mensen ook bij elkaar.”
Meer informatie vind je op Nederlandzorgtvoorelkaar.nl, ook een initiatief van Jan. Wil je zo’n voorzorgcirkel starten, dan kan je een workshop volgen.
Samen eten op de bank
In kleine groepjes gaan de deelnemers uiteen. Mensen vertellen openhartig over hun situatie en hun vragen en zorgen. Sommigen vragen bijvoorbeeld makkelijk om hulp, anderen vinden dat knap lastig. “Vorig jaar had ik mijn heup gebroken en lag ik een tijdje in het ziekenhuis”, vertelt een vrouw. “Toen ik weer naar huis mocht, vroeg ik in de buurtapp: ik kom vrijdag thuis, wie wil er af en toe een bordje eten brengen? Twee weken lang werd er elke dag voor me gekookt. En een alleenstaande buurvrouw ging naast me op de bank zitten om samen te eten.”
Een andere vrouw, ze is 88 jaar, probeert het allemaal zelf te doen. Haar man is overleden en haar kinderen wonen beiden ver weg in het buitenland. Ze hecht enorm aan haar vrijheid en zelfstandigheid, maar om hulp vragen doet ze niet. Is er iets, dan belt ze als eerste haar dochter, aan het andere eind van de wereld. Die regelt dan iets op afstand. “Ik wil nu graag een GPS-valpreventie.”
Weer een andere vrouw investeert veel in haar netwerk. Ze werkte meer dan 42 jaar in het onderwijs. “Ik heb er moeite mee om er niet meer toe te doen. Ik ben dus heel actief hier in Zwolle, bij Thuisadministratie, de kerk en ANBO-PCOB. Op die manier investeer ik ook in mijn netwerk. Dat is belangrijk, want mijn man en ik wonen in een buurt met veel sociale huur en dus veel wisselingen.”
Eten op voorraad
Woningen zijn schaars. Het is dus goed om vooruit te denken. Een deelnemer uit Kampen vertelt dat ze al 9 jaar staat ingeschreven voor een aanleunwoning. “Want je moet jaren opbouwen. Als het erop aankomt, kan ik mijn huis verkopen en naar een huurappartement. Ik houd ook eten op voorraad, voor als ik iets krijg waardoor ik niet het huis uit kan. Dat heb ik vorig jaar meegemaakt toen ik ernstig ziek was. De samenleving is individualistisch geworden, dus het begint bij jezelf.”
Een man vindt: ‘Je kunt ook té veel regelen. Als je daar continu mee bezig bent, kun je dan nog wel genieten?” “Anderen snappen dit, maar, zo reageert een vrouw: “Je kunt wel degelijk stappen zetten zodat je dat hebt geregeld en daarbij ook genieten.” Het zijn juist al die verschillende inzichten die de gesprekken waardevol maken, vinden de deelnemers.