Verhuizen
Een andere vrouw vertelt: “Als je een partner hebt, denk je dat je alles hebt geregeld. Maar stel dat mijn partner wegvalt, dan heb ik geen kring om me heen. Ik zou dan ook willen verhuizen. Eén van mijn kinderen wil generatiewonen, maar er zijn erg weinig projecten. Een andere optie is een mantelzorgwoning op de grond van één van de kinderen. Of dat ik mijn huis deels verhuur een iemand. Ik ben pas 66, maar ik denk daar toch al wel over na.”
De deelnemers aan tafel spreken hun zorgen uit over de toekomst van de zorg. “Je wordt in de steek gelaten”, vindt één van hen. “Je krijgt steeds een andere zorgverlener”, ervaart een ander. Als mantelzorger kun je ook niet alles zelf doen, dus uiteindelijk komt het aan op een netwerk om je heen. De slotconclusie: ga in gesprek met mensen in je straat of buurt om te kijken wat je voor elkaar kunt betekenen, ook als dat misschien wat spannend is. Daar kan iedereen zich in vinden.
Vitaal en veerkrachtig blijven
Terug in de plenaire zaal vertelt Saliha el Harbi over haar ervaringen van die middag. Saliha is senior inkoper bij Zilveren Kruis, kartrekker van programma Van Zorg naar Gewoon Leven. “Mijn gevoel van vandaag is: durf te vragen. Ik ben zo’n dame die een druk gezin heeft, maar best iets wil doen voor een buurman of buurvrouw. De meeste mensen willen iets doen voor een ander. Ik heb een buurman die alleen woont. Ik ga nu toch eens een praatje met hem maken en vragen of ik iets kan doen.”
Ook directeur-bestuurder Anneke Sipkens praat mee in Nieuwegein. “Onze gespreksleider is 82 jaar. Geweldig! Zelf ben ik 62 en het is mijn wens dat ik over 20 jaar net zo vitaal en veerkrachtig ben als deze man. Iedereen aan onze tafel wil graag zelfstandig blijven functioneren en zo gezond mogelijk blijven, zodat ze de dag zelf kunnen invullen. Daarom willen ouderen zelfstandig thuis blijven wonen. Als het echt niet anders kan, moet het verpleeghuis er zijn. Maar hoe doe je dat tot aan die fase? Ga de buurt in om kennis te maken en te vragen: kunnen we er voor elkaar zijn? Ook al vraagt dat moed.”