Een Generatopia
In haar boek schetst Suzanne een samenleving die ideaal is voor ouderen: een Generatopia. “Een samenleving waarin mensen kwetsbaar durven zijn en het belang zien van verbondenheid en waarin iedereen mag meedoen. Het mooie is: zo’n samenleving is goed voor iedereen, ongeacht achtergrond en leeftijd. Want jongeren hebben heel erg het gevoel dat succes je eigen verdienste is en falen je eigen schuld. Maar als je zo kijkt naar het leven, wordt het erg eng om de verkeerde keuzes te maken. Dat levert veel stress op. Als we dat samen kunnen bijsturen, is dat mooi. Sommige dingen kun je zelf regelen. Voor andere dingen heb je anderen nodig? En voor bepaalde zaken moeten samen onze stem laten horen bij de politiek, bijvoorbeeld voor het realiseren van woongemeenschappen.”
Voorzorgcirkels
We hebben nu een samenleving waarin het bijna verboden is om kwetsbaar te zijn, stelt Pieter. “Daarom vinden we het zo lastig om hulp te vragen, want dat gaan ten koste van je autonomie. Maar je kunt ook hulp vragen zonder dat het leidt tot afhankelijkheid en ondergeschiktheid. Dit kan met voorzorgcirkels: netwerken van 10 tot 15 mensen in de buurt die afspreken elkaar te helpen. Het verlaagt de drempel om hulp te vragen. In een andere bijeenkomst was er een mevrouw die vertelde dat ze na haar ontslag uit het ziekenhuis niemand durfde te bellen om haar op te halen. Omdat ze portemonnee bij zich had, ging ze zwartrijden met de bus. Een voorzorgcirkel voorkomt dit.”
Praat éérst over gisteren
Jetty Mathurin komt daarna op als ‘Taante’. Ze schetst de uitdagingen van het ouder worden. Als je niet oppast gaat iedereen zich met je bemoeien, en nog erger: voor je bepalen. Daarna vertelde Jetty het verhaal dat ze vanuit Brabant naar Amsterdam verhuisde om daar actrice te worden, en daarbij de kinderen achterliet bij hun vader. Dat heeft gezorgd voor veel vragen en ook pijn bij de kinderen. “Mijn motto is daarom: Praat niet alleen over morgen, maar ook over gisteren. Want als je aan iemand vraagt om straks voor je te zorgen, dan moet er niets tussen jullie instaan.”
Onhandig opstapje
Daarna gingen de deelnemers uiteen in kleine groepen van zo’n 8 mensen. Op alle verdiepingen van het theatergebouw werd gepraat over wonen, zorg, sociale contacten en vitaliteit. We schuiven aan bij een tafel. Een 87-jarige man vindt: “Je moet niet nadenken, maar voordenken: wat als?” Hij geeft een voorbeeld: “Pas besloten we een traplift te nemen, hoewel dat nog niet nodig was. Twee weken later kreeg ik een TIA. Er kan je dus zomaar iets gebeuren. Als je het dan nog moet regelen, ben je eigenlijk te laat.” Gelukkig is hij goed hersteld. De traplift komt over enkele weken. Binnenkort komt er ook een oplossing voor dat onhandige opstapje bij de voordeur. “Nog niet nodig, wél fijn. Zo hopen we in ons dorp te kunnen blijven wonen.”
We moeten een netwerk hebben
De term krachtig ouder worden moet je breed zien, vindt een vrouw. “Het gaat erover dat je ertoe doet en iets voor een ander kunt betekenen. Het is duidelijk dat we moeten zorgen voor mensen om ons heen. We moeten dus een netwerk hebben. Het is vreselijk als je thuis komt te zitten omdat je geen sociale kring hebt. En wat als je in huis komt te vallen? Veel mensen kunnen niet even de kinderen bellen omdat die verder weg wonen. Sommigen hebben geen kinderen. Dat lijkt me lastig.”
Een andere vrouw geeft toe dat ze er soms wakker van ligt. “We wonen in een klein dorp van zo’n 200 inwoners. Het is een verbonden dorp en we hebben veel contacten. Maar mijn buurvrouw is ook al 85 jaar en heeft geen kinderen en geen familie in de buurt. Hoe zal dat straks met ons gaan?”
We’ll meet again
Na de gesprekken gaat iedereen terug naar de zaal. Marlies Claassen zingt het lied ‘We’ll meet again’, met haar partner Tom Klein op gitaar. Marlies vertelt dat Vera Lynn voor haar een rolmodel is. “Voor Omroep Gelderland mocht ik haar interviewen in Engeland. Het was een broos vrouwtje, maar toen het interview begon was ze, ‘pats!’, heel scherp. Ze vertelde dat de oorlog haar carrière overhoop gooide, maar dat ze daar tegelijkertijd heel bekend door werd. Ze moet dat verhaal al 20.000 keer hebben verteld, en ik had diep respect voor hoe ze dat deed. Aan het eind van het interview vroeg ik haar of ze de tekst van het liedje nog kende. Ik wist dat ze dat al 18 jaar niet meer had gezongen. Toen heb ik het voor haar gezongen en op een gegeven moment zong ze mee. Dat was geweldig.”
Daarna blijft het nog lang gezellig in De Harmonie. Er zijn hapjes en drankjes én een kenniscafé waar zorg- en welzijnsorganisaties zich presenteren.